De gemeente levert verschillende prestaties of goederen, waarvoor via een retributie een vergoeding wordt gevraagd aan de afnemer.
In dit reglement worden de retributies opgenomen die te maken hebben met het thema "Wonen en werken".
1. Werken uitgevoerd voor rekening van derden
De diensten groen en wegen en patrimonium voeren werken uit voor derden, bijvoorbeeld bij schadegevallen of op specifieke vraag, zoals herstel van stoepen, terugplaatsen van verkeersborden, ontruimen van het wegdek na een ongeval. De gemeente vraagt vergoeding van de geleverde prestaties.
2. Gebruik van water- of elektriciteitsaansluitingen van het lokaal bestuur
De aansluitingen van het lokaal bestuur worden geregeld gebruikt door derden, bijvoorbeeld tijdens evenementen of werken. De gemeente vraagt een bijdrage ter vergoeding van de kosten. Erkende verenigingen worden in bepaalde gevallen vrijgesteld van de retributie.
3. Tijdelijke inname van parkeerplaatsen
Tijdelijke parkeerverboden brengen hinder mee voor de directe omgeving, zoals minder vrije parkeerplaatsen of mogelijke verkeershinder. Het is aangewezen om privaat gebruik van openbare parkeerplaatsen te beperken en enkel toe te staan in de periode waarin het parkeerverbod noodzakelijk is. Het plaatsen van de signalisatie, de administratieve afhandeling en de handhaving brengen kosten met zich mee, waarvoor de gemeente een vergoeding vraagt.
Evenementen ter bevordering van het sociaal leven in de gemeente en goedgekeurd door de burgemeester, worden vrijgesteld van deze retributie.
4. Uitzetten van bouwlijnen
De gemeenteraad besliste op 30 april 2015 om de bouwlijn te laten uitzetten door een landmeter en daarvoor een retributie te vragen. Die werkwijze loopt vlot voor alle partijen en wenst men verder te zetten. De kosten van de landmeter worden integraal doorgerekend aan de aanvrager en er wordt een vast bedrag aangerekend voor de administratieve kosten.
5. Uitvoeren van een conformiteitsonderzoek
Tot en met 31 december 2025 bedroeg de retributie 62,50 euro. Dat bedrag is nog gebaseerd op een afronding van het eerste maximale bedrag in de toenmalige Vlaamse Wooncode van 1997, namelijk 2500 BEF of 61,97 euro. De bedragen werden dus reeds lange tijd niet geïndexeerd. Bijkomend is de complexiteit van een onderzoek toegenomen, en is hiervoor ook specifieke expertise nodig. Het oude bedrag dekt daarmee geenszins de kosten.
Er wordt een retributie gevraagd per conformiteitsonderzoek, waardoor de vergoeding in verhouding staat tot de gemaakte kosten. Vanaf 1 juni 2024 bedraagt het maximale bedrag dat kan worden gevraagd, 200 euro per conformiteitsonderzoek. De vergoeding moet beperkt zijn tot de werkelijke kosten. Het betreffende conformiteitsonderzoek wordt steeds uitgevoerd door een woningonderzoeker in opdracht van de gemeente. Dergelijk onderzoek gaat steeds gepaard met een administratieve verwerking. Hierdoor blijkt de huidige vergoeding die gevraagd kan worden niet in overeenstemming te zijn met de werkelijke kosten. In de praktijk liggen de kosten van een conformiteitsonderzoek omstreeks of zelfs hoger dan 200 euro per conformiteitsonderzoek. Een aanpassing van het retributiebedrag is daarmee wenselijk. Om die reden wordt een retributie voorgesteld van 150 euro per onderzoek.
De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Een kamer wordt als een bepaald type woning beschouwd (art. 1.3, §1, eerste lid, 25° Vlaamse Codex Wonen van 2021). In geval van kamers is dit dus een vergoeding per kamer. Voor kamerwoningen wordt er een maximale kostprijs voorzien, zodat de vergoeding niet kan blijven oplopen bij een groot aantal onderzochte kamers in een kamerwoning.
De vergoeding kan enkel worden gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op verzoek.
In een aantal gevallen wordt er geen vergoeding gevraagd, aangezien deze onderzoeken niet het gevolg zijn van een verzoek van de eigenaar / verhuurder, maar direct of indirect het gevolg zijn van een verzoek van andere belanghebbenden zoals de bewoners, of het gevolg zijn van een initiatief van de burgemeester (de zgn. ambtshalve onderzoeken):
Woonmaatschappijen zijn wettelijk verplicht om sociale huurwoningen aan te bieden en het woningbestand te herwaarderen, via het eigen patrimonium of via inhuring op de private huurmarkt om kwaliteitsvolle woningen en kamers te verhuren tegen een redelijke huurprijs (art. 4.40 Vlaamse Codex Wonen van 2021). Deze huurwoningen moeten aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten voldoen (art. 3.1 Vlaamse Codex Wonen van 2021). In tegenstelling tot private personen, heeft de woonmaatschappij niet de keuze om deze woningen niet aan te bieden en te verhuren, die kwaliteitsvol dienen te zijn. De overheidsprestatie in kwestie (nl. uitvoeren woningonderzoek i.f.v. vaststelling conformiteit) waarvoor de retributie verschuldigd wordt, is bijgevolg impliciet het gevolg van een overheidsverplichting zelf, waardoor het om die reden gepast voorkomt de woonmaatschappijen vrij te stellen van de retributie.
6. Aanvragen via het vastgoedinformatieplatform
Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om informatie over onroerende goederen vanuit verschillende overheidsinstanties (waaronder gemeenten) samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers op een efficiënte en veilige manier. Zo kunnen potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing nemen over een onroerend goed.
Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf Athumi zoals geregeld in het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform. Het verzamelen en ontsluiten van vastgoedinformatie via het platform op verzoek van aanvragers brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kosten met zich mee, waarvoor een retributie aangerekend mag worden.
7. Verwijdering van afvalstoffen: verkoop van producten en inzameling van landbouwfolie
De gemeente verkoopt verschillende materialen om de verwijdering van afvalstoffen door inwoners mogelijk te maken of te vergemakkelijken. Voor bepaalde producten is een verkoopprijs vastgelegd voor het volledige werkingsgebied van IOK Afvalbeheer, voor andere producten kan de gemeente de verkoopprijs bepalen. In die gevallen wordt de aankoopprijs doorgerekend.
Vergoeding
De retributies worden voorgesteld uit overwegingen van billijkheid ten aanzien van derden die geen gebruik wensen te maken van de geleverde diensten. Het gaat om een redelijke vergoeding van de prestaties die zoveel mogelijk de werkingskosten dekt.
Indexering
Op verschillende retributies wordt een jaarlijkse indexering toegepast om de algemene stijging van het prijspeil en de werkingskosten van de gemeente te volgen.
Een aantal retributies wordt niet jaarlijks geïndexeerd:
Bart Smans, schepen van financiën, geeft toelichting bij dit agendapunt.
Artikels 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 beschrijven de informatieplichten vanuit de registers.
Artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 3.3/1 en 3.4, vierde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 21, eerste lid, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform bepaalt dat de lokale overheden een bronretributie kunnen heffen om vastgoedinformatie aan te leveren via het Vastgoedinformatieplatform.
Artikel 5.1.1 en volgende van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).
Artikel 3.4, vierde lid van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Reglement 'Tijdelijke inname van parkeerplaatsen door middel van verkeerssignalisatie', goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Reglement 'Gebruik van het Vastgoedinformatieplatform', goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Werken uitgevoerd door personeel van de gemeente voor rekening van derden
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op werken uitgevoerd door personeel van de gemeente voor rekening van derden.
§2 De retributie wordt vastgesteld op de bedragen vermeld onder hoofdstuk 1 van de bijlage bij dit besluit.
§3 De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de uit te voeren werken of door de schadeverwekker in geval van schade berokkend door derden en wordt geïnd door de financieel beheerder na versturen van een factuur.
§4 Voor elk gebruik of geleverde prestatie zal ten minste 1 uur worden aangerekend. Elk begonnen uur telt voor een volledig uur.
Artikel 2
Gebruik van water- of elektriciteitsaansluitingen van het lokaal bestuur
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van water- of elektriciteitsaansluitingen van het lokaal bestuur.
§2 De retributie wordt vastgesteld op de bedragen vermeld onder hoofdstuk 2 van de bijlage bij dit besluit.
§3 De retributie is verschuldigd door de aanvrager en wordt geïnd door de financieel beheerder na versturen van een factuur.
§4 De erkende verenigingen van Beerse worden vrijgesteld van de retributie als de aansluiting gevraagd wordt voor een publiek evenement ter bevordering van het leven in de gemeente, waarvoor een vergunning werd afgeleverd door de burgemeester.
Deze bepaling houdt voor de gemeente evenwel geen verplichting in om bij dergelijke evenementen een aansluiting te voorzien als dat technisch of praktisch niet haalbaar is. Als er extra kosten nodig zijn om een dergelijke aansluiting te voorzien, kunnen die kosten ook worden doorgerekend aan de vereniging.
Artikel 3
Tijdelijke inname van parkeerplaatsen
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de tijdelijke inname van parkeerplaatsen door middel van verkeerssignalisatie.
§2 De retributie wordt vastgesteld op de bedragen vermeld onder hoofdstuk 3 van de bijlage bij dit besluit.
§3 De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de verkeerssignalisatie op het ogenblik dat de aanvraag wordt aanvaard. De betaling gebeurt rechtstreeks via de betaalmodule van de online-applicatie.
§4 Er geldt een vrijstelling van de retributie voor deze tijdelijke innames van parkeerplaatsen:
Artikel 4
Uitzetten van bouwlijnen
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het uitzetten van de voorgevelbouwlijnen. Als definitie voor een bouwlijn wordt gehanteerd:
§2 De retributie wordt vastgesteld als volgt:
§3 De retributie is verschuldigd door de bouwheer en wordt opeisbaar na het beëindigen van de prestatie. Ze moet betaald worden binnen de dertig dagen na de toezending van de afrekening. De invordering gebeurt door de financieel directeur.
Artikel 5
Uitvoeren van een conformiteitsonderzoek
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen en dat plaatsvindt in het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Zolang de aanvrager niet vraagt de behandeling van het verzoek zoals bedoeld in het eerste lid stop te zetten of beroep doet op art. 3.7 §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zal een conformiteitsonderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek zal aanleiding geven tot een retributie zoals vermeld in het eerste lid, zelfs indien bij het uitvoeren van het onderzoek de termijn van orde zoals voorzien in art. 3.7 §1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zou worden overschreden.
Een vraag tot een nieuw conformiteitsonderzoek na afgifte of weigering van een conformiteitsattest of na stopzetting van een eerder verzoek, wordt beschouwd als een
nieuw verzoek, en zal leiden tot een nieuwe retributie.
§2 De retributie wordt vastgesteld op de bedragen vermeld onder hoofdstuk 5 van de bijlage bij dit besluit.
§3 De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt.
§4 De retributie is niet verschuldigd in volgende gevallen:
Artikel 6
Aanvragen via het vastgoedinformatieplatform
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het aanvragen van vastgoedinformatie via het vastgoedinformatieplatform (product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet).
§2 De retributie wordt vastgesteld op het bedrag vermeld onder hoofdstuk 6 van de bijlage bij dit besluit.
Dit bedrag betreft de bronretributie die wordt aangerekend door de gemeente als aanleverende entiteit. Daarnaast wordt via het vastgoedinformatieplatform ook een platformretributie of platformvergoeding aangerekend aan de aanvrager, die wordt vastgelegd door de Vlaamse Regering.
§3 De retributie is verschuldigd door de aanvrager. Het Vlaams Datanutsbedrijf Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het vastgoedinformatieplatform in naam en voor rekening van de lokale overheden.
Artikel 7
Verwijdering van afvalstoffen: verkoop van producten en inzameling van landbouwfolie
§1 Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de verkoop van producten voor de verwijdering van afvalstoffen en de inzameling van landbouwfolie.
§2 De retributie wordt vastgesteld op het bedrag vermeld onder hoofdstuk 7 van de bijlage bij dit besluit.
§3 Op het recyclagepark wordt de retributie vereffend door betaling volgens de procedure vastgesteld in het huishoudelijk reglement van het recyclagepark.
Voor de verkoop van producten elders dan op het recyclagepark wordt de retributie vereffend volgens de betalingsprocedure die van toepassing is op het verkooppunt.
Een betalingsbewijs wordt afgeleverd.
Artikel 8
Indexering
§1 De bedragen, vermeld in de bijlage bij dit besluit, worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens deze formule:
(basisbedrag 2026 x gezondheidsindex juni voorafgaand aan het aanslagjaar) / gezondheidsindex juni 2025.
§2 De indexering vermeld in §1 wordt niet toegepast op volgende bedragen, vermeld in de bijlage bij dit besluit: