Met het oog op het voeren van een effiënt handhavingsbeleid inzake de privéwaterafvoer rust er een verplichting op de handhavingsinstantie, met name de gemeente, om de nodige initiatieven aan de dag te leggen.
De gemeente heeft de mogelijkheid om systematisch milieu-PV's op te maken bij vastgestelde inbreuken, of om een belastingreglement uit te vaardigen en toe te passen op de in gebreke blijvende burgers.
Eigenaars van een woning dienen aan te tonen dat de woning correct is aangesloten op de riolering door het afleveren van een conform keuringsattest.
De afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering is noodzakelijk voor de efficiëntie en de goede werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Indien de afkoppeling niet voor elke woning gebeurt, komt hemelwater in de afvalwaterleiding van het openbare rioleringsstelsel terecht. De dimensionering van dergelijke afvalwaterleidingen door de rioolbeheerder wordt niet voorzien voor opvang van hemelwater maar enkel voor opvang van afvalwater. De niet-afkoppeling kan bijgevolg tevens resulteren in wateroverlast op het openbaar domein en / of overlast bij naburige gebouwen waar de afkoppeling wel werd uitgevoerd. Dergelijke situatie kan tevens resulteren in het lozen van afvalwater in oppervlaktewateren of in de hemelwaterleiding, met bijkomende kosten en eventuele verontreiniging op het openbaar domein tot gevolg. In deze situaties is extra inzet en opvolging van en door de gemeentelijke diensten noodzakelijk ter herstelling van de openbare reinheid.
Om deze redenen moet bij aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel het hemelwater afkomstig van privéterrein afgekoppeld worden conform de bepalingen van artikel 6.2.2.1.2 van Vlarem II.
Naar aanleiding van de uitvoering van een project tot aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel wordt hiertoe gratis een afkoppelingsadvies, opgemaakt door de afkoppelingsdeskundige, aangesteld door de rioolbeheerder, gegeven aan de betrokken eigenaars van aanpalende percelen.
Om dezelfde redenen als hierboven vermeld wordt bij nieuwbouw of verbouwing een gescheiden aanleg van afval- en hemelwaterleiding op privédomein tot aan de perceelgrens opgelegd in de bouwvergunning.
Het algemeen waterverkoopreglement verplicht sinds 1 juli 2011 een keuring van de privéwaterafvoer in volgende gevallen:
Voor de eerste ingebruikname;
Bij belangrijke wijzigingen;
Na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid (de wettelijke voorschriften) op verzoek van de exploitant;
Bij aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein;
Een intensieve begeleiding wordt opgezet door de betrokken partners, gemeente en rioolbeheerder, om de eigenaars bij te staan in een correcte afkoppeling van hemel- en afvalwater. Deze intensieve begeleiding eindigt wanneer de betrokken eigenaar een conform keuringsattest betreffende de privéwaterafvoer aflevert overeenkomstig hogervermelde regelgeving. Wanneer eigenaars geen conform keuringsattest aanleveren, is een bijkomende intensieve opvolging vereist die extra kosten met zich meebrengt.
De aanleg van 2-DWA-leidingen met een maximale afkoppeling op woningniveau is tevens noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van de rioleringswerken vanwege de VMM. Er gebeuren nog steeds lozingen van afvalwater op grachten of sterfputten in plaats van het aansluiten van de privéwaterafvoer op het openbaar rioleringsstelsel, waardoor lozingen van afvalwater de oppervlaktewateren of het grondwater kunnen verontreinigen. Vastgesteld wordt dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze op het rioleringsnet gebeuren, dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder. Dergelijke nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze brengen intensieve opvolging en extra kosten met zich mee.
De betrokken eigenaars dragen door dit nalaten of illegaal aansluiten niet op gelijke wijze bij aan de realisatie van de milieudoelstellingen voortvloeiende uit de Vlaamse wetgeving en reglementering en het gemeentelijk beleid. De nodige afspraken werden gemaakt tussen de rioolbeheerder en de gemeente inzake de inzake de opvolging van dergelijke overtredingen en inbreuken, en op het (administratieve) voortraject dat in de schoot van Fluvius en de gemeente wordt doorlopen.
Het opvolgtraject biedt de desbetreffende burgers voldoende kansen om tot een gekeurde huisaansluiting te komen, doch dat voor deze die na drie pogingen nog steeds in gebreke blijven een dossier wordt overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente. Door het invoeren van een belasting, rekening houdend met de veroorzaakte lasten, worden de nodige middelen voor de gemeente ter beschikking gesteld en om de betrokken eigenaars verder aan te sporen om zich in regel te stellen en zodoende de bijkomende opvolging door de gemeente alsnog te kunnen voltooien. De inkomsten uit deze belasting zijn budgettair noodzakelijk.
Mevrouw Lili Jansen, schepen van Wonen en Omgeving, geeft toelichting bij dit agendapunt.
Stemmotivatie fractie Vlaams Belang:
De fractie stemt tegen:
Over dit punt en de volgende punten waarin nieuwe belastingen, verhogingen of indexeringen worden ingevoerd, wil Vlaams Belang ondubbelzinnig zijn: dit is een beleid ten koste van de Beersenaar en Vlimmeraar.
Als Vlamingen leven we vandaag al in het meest belaste land van de OESO. Onze mensen hebben geen marge meer. Toch kiest deze meerderheid ervoor om opnieuw in hun portefeuille te graaien. Terwijl hogere overheden — met dezelfde partijen of politieke families als hier — lonen en pensioenen bevriezen via indexsprongen, gaan we de belastingen plots wél indexeren? Dat is bijzonder wrang, getuigt van weinig schaamte en nog minder voeling met de realiteit.
Laat duidelijk zijn: ook Vlaams Belang wil de rekeningen op orde. Maar dat kan perfect zonder de verstikkende belastingdruk nog verder op te drijven. Bespaar liever waar dat wel kan en schrap in de vele honderdduizenden euro’s aan klimaatmaatregelen die een verwaarloosbare impact hebben op onze leefomgeving, maar onze inwoners wel enorm veel kosten. Snijd in overbodige uitgaven, niet in het vlees van de mensen.
Deze meerderheid kiest er echter opnieuw voor om de gemakkelijkste weg te nemen: de factuur doorschuiven naar de burger. Vlaams Belang kan en zal deze belastingverhogingen dan ook niet steunen.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Europese kaderrichtlijn Water 2000/60/EG;
Wet van 26 maart 1971 inzake de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 465 tot en met 470bis;
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;
Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;
Besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 1996 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder, alsook van de verhouding waarin, het Vlaamse gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure tot vaststelling van de subsidiëringsprogramma’s;
Besluit van de Vlaams Regering van 1 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (hierna genoemd ‘het algemeen waterverkoopreglement’);
Ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer (hierna genoemd ‘het keuringsbesluit’);
Ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Infrax West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019;
Ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Machtiging van de Vlaamse Toezichtscommissie om persoonsgegevens uit te wisselen in het kader van de uitvoering van dit reglement.
Voor de lezing van dit reglement zijn de definities van het algemeen waterverkoopreglement van toepassing. Verder wordt onder de volgende begrippen begrepen:
Artikel 2
Er wordt een belasting geheven op het niet beschikken over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer in de gevallen waar dit voorgeschreven is door het algemeen waterverkoopreglement en het illegaal aansluiten op het openbaar saneringsnetwerk voor een termijn beginnend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Artikel 3
Na melding en ontvangst van een dossier van de rioolbeheerder betreffende het niet aanleveren van een conform keuringsattest bij een eerste ingebruikname van een huisaansluiting of bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel of na melding en ontvangst van de rioolbeheerder betreffende de op illegale wijze aangesloten privéwaterafvoer, verstuurt de gemeente een aangetekende brief, waarin de betrokken eigenaar aangemaand wordt om zich binnen een termijn van 6 maand, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangetekende zending verstuurd is (bewijs met poststempel), in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het onroerend goed die door zijn toedoen na het verstrijken van de aanmaningstermijn in de aangetekende brief, bedoeld in artikel 3, niet beschikt over een wettelijk verplicht conform keuringsattest of zich na deze aanmaningstermijn niet in regel stelt bij de rioolbeheerder inzake de op illegale wijze aangesloten aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk. Deze termijn kan met 1 jaar verlengd worden in het geval de eigenaar grondige verbouwingsplannen heeft met aanpassing van de privéwaterafvoer op voorwaarde dat de stedenbouwkundige vergunning werd verleend uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein.
Het wettelijk verplicht conform keuringsattest is verplicht indien de eerste ingebruikname van de rioleringsaansluiting is aangevraagd na de invoering van het algemeen waterverkoopreglement. Het wettelijk verplicht conform keuringsattest is verplicht bij de de verplichte afkoppeling ingevolge van de aanleg van een nieuw gescheiden rioleringsstelsel met een aanbestedingsdatum na de invoering van het algemeen waterverkoopreglement.
Artikel 5
§1 De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, erfpachter of opstalhouder is van het belastbaar goed.
§2 Ingeval er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is respectievelijk de opstalgever of de erfpachtgever hoofdelijk aansprakelijk met de opstalhouder of erfpachthouder voor de betaling van de belasting.
§3 Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Artikel 6
De belasting is verschuldigd na het verlopen van de termijn van 6 maanden waarvan sprake is in artikel 3. Indien de betrokken eigenaar nalaat een conform keuringsattest aan te leveren of weigert zich in orde te stellen met de opgelegde voorwaarden in het aangetekend schrijven, wordt de belasting geheven. Dit gebeurt na de vaststelling door een personeelslid, daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen, dat niet aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan zoals bedoeld in artikel 3. Deze vaststelling vindt ten vroegste plaats in de maand na het verstrijken van de aanmaningstermijn.
Artikel 7
De belasting wordt als volgt berekend:
1. Bij een vaststelling dat eigenaar weigert de keuring privéwaterafvoer uit te voeren en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert:
2. Bij een vaststelling dat eigenaar beschikt over een niet-conform keuringsattest en weigert de privéwaterafvoer aan te passen en bijgevolg het aanleveren van een conform keuringsattest:
Artikel 8
De belasting is jaarlijks verschuldigd tot en met het jaar waarin aan de in de aangetekende brief opgelegde verplichting is voldaan. De vaststelling dat hieraan is voldaan gebeurt door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. Daartoe moet de belastingplichtige dit bij de rioolbeheerder melden per aangetekende brief, waarbij het conform keuringsattest van de keurder privéwaterafvoer is gevoegd. De rioolbeheerder meldt per brief aan het college van burgemeester en schepenen dat het conform keuringsattest is overgemaakt. In het geval op illegale wijze aangesloten was op het openbaar saneringsnetwerk zal de melding gebeuren door de rioolbeheerder aan het college van burgemeester en schepenen, dat de betrokken eigenaar binnen de vastgelegde termijn aan de voorwaarden heeft voldaan door het aanvragen van de rioleringsaansluiting en het aanleveren van een conform keuringsattest.
Artikel 9
§1 Aanvraag vrijstelling:
De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moeten worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.
De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, moet hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
§2 Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1:
De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
§3 Vrijstelling voor woningen en/of gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan:
De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1 van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
§4 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen die bij de keuring privéwaterafvoer uitsluitend zijn afgekeurd door het niet aanwezig zijn van een alle afvalwater septische put in het collectief te optimaliseren buitengebied volgens het gemeentelijk zoneringpslan.
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Het uitvoerbaar verklaard kohier wordt tegen ontvangstbewijs gezonden aan de met invordering belaste financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten zonder kosten voor de belastingschuldige.
Artikel 11
De in de artikelen 6 en 8 vermelde personeelsleden zijn de aangestelde personeelsleden door het college van burgemeester en schepenen, zoals bepaald in artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 12
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 13
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 14
De rioolbeheerder wordt op de hoogte gehouden van de beslissing tot heffing van de belasting, de eventuele bezwaarschriften, beroepsprocedures en ontheffingen van een individueel dossier.
Artikel 15
Dit besluit wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Artikel 16
Een eensluidend afschrift van dit besluit wordt eveneens overgemaakt aan de rioolbeheerder (fluvius), milieupolitie, de VMM en de financiële dienst.
Artikel 17
Het belastingreglement Privéwaterafvoer, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.